Warmte as a Service: aantrekkelijk, geruisloos en opschaalbaar voor woningcorporaties

Deze expertpost is in februari 2021 gepubliceerd bij o.a. IVVD en als blog in 2020.

De totale energiemix in Nederland bestaat uit 20% elektriciteit, 27% motorbrandstoffen en 53% warmte. Om in 2050 CO2-neutraal te worden, is aandacht voor de warmtetransitie in de bestaande bouw hard nodig. Vanwege het complexe vraagstuk wordt steeds vaker Warmte as a Service toegepast. En waarmee gelijk, geruisloos, opgeschaald kan worden. En zeker voor woningcorporaties en hun huurders.

Collage flats

Letterlijk betekent Warmte as a Service: je koopt zelf geen aardgas meer in om warmte te maken, maar je ontvangt voor dezelfde kosten duurzame warmte. Op welke manier de warmte tot stand komt is niet jouw zorg, een warmteleverancier staat garant voor de levering en zoekt zelf uit wat de efficiëntste methode is. Het principe daarbij is dat de maandlasten voor de huurder niet hoger worden. Duurzame warmte met gelijke of zelfs lagere woonlasten dus.

Bekend in nieuwbouw

In de nieuwbouw is het Warmte as a Service-contract bekend als een ESCo-constructie, vanwege de warmte component spreken we hier over Warmte as a Service. Exploitanten ontwikkelen, financieren, realiseren bijvoorbeeld WKO’s die ze langjarig exploiteren. Vanuit de Warmtewet leveren ze dan duurzame warmte aan huurders van woningcorporaties.

Geen instemming van bewoners nodig
In de bestaande bouw is Warmte as a Service nog geen bekend begrip, maar is aan een opmars bezig dankzij de financiële voordelen voor de corporatie, de huurders en de versnelde bijdrage aan de CO2-reductie. Een goed voorbeeld is het verduurzamen van bestaande wooncomplexen met blokverwarmingen. Een exploitant neemt deze over en financiert de verduurzamingsmaatregelen om aardgas te besparen. Afhankelijk van de situatie, zoals de staat van het onderhoud, betaalt de corporatie hier wel of niet aan mee. De huurder hoeft geen goedkeuring te geven. Hij merkt immers niet dat er binnen één jaar tot wel 80% aardgas en 50% CO2-reductie behaald wordt, alleen dat zijn warmterekening daalt.

Trias Energetica

Om het complex uiteindelijk volledig aardgasvrij te maken met maximale CO2-reductie zijn extra stappen nodig, zoals slim isoleren. De exploitant kan namelijk met zijn warmtedata exact aangeven hoeveel er nog geïsoleerd moet worden om 100% aardgasvrij te worden. Al met al zijn het dezelfde stappen als de Trias Energetica, maar met een andere volgorde. Isolatie hoeft dus niet persé als eersts uitgevoerd te worden. Nadat de blokverwarming volledig aardgasvrij is, komt de duurzame installatie weer terug in handen van de woningcorporatie.

Waarom niet zelf doen?

De technieken voor verduurzaming worden steeds ingewikkelder. Bovendien is er op dit terrein ook veel innovatie. Het is bijna onmogelijk -zeker voor kleinere corporaties- om intern de juiste kennis en expertise op dit terrein hebben. Uiteraard kun je een adviseur inschakelen, maar die levert doorgaans geen garanties. Vandaag de dag zijn er partners die de warmtevoorziening voor hun rekening kunnen nemen via een Warmte as a Service oplossing, zoals Corporatiewarmte.

Waarom niet zelf financieren?

Waarom zou je de duurzame installatie als corporatie niet zelf financieren en een prestatiecontract afspreken? Corporaties lenen immers goedkoper geld dan marktpartijen. Het voordeel is dat je ook nog eens makkelijker kunt switchen van leverancier. Zeker als je veel kennis als corporatie hebt kan dat een prima optie zijn. Er zijn echter ook voordelen wanneer je het als een dienst (‘as a service’) inkoopt:

  • Het model van Warmte as a Service is gericht op de totale levensduur van de installatie en niet op de contractduur. Dat voorkomt discussies over benodigde modificaties van de installatie tussentijds, er ligt een duidelijke demarcatie en het geeft harde garanties over de kosten op lange termijn.
  • Bij externe financiering wordt de contractant formeel warmteleverancier. Gedurende een periode van doorgaans 15 jaar weet de woningcorporatie en de huurder precies waar ze aan toe zijn, met de leveringsgaranties vanuit de Warmtewet. De woningcorporatie koopt zo een energieprestatie in, dat past in de strategische lijn van de corporatiesector.
  • In tegenstelling tot een prestatiecontract, wordt bij een Warmte as a Service contract met een exploitant de reductie van de aardgaskosten gebruikt om een groot gedeelte van de investering te dekken. Wanneer een woningcorporatie zelf financiert, betalen ze totale investering, terwijl het totale voordeel direct naar de huurders gaat. En wanneer een woningcorporatie de vergoedingentabel van het Sociaal Huurakkoord wil hanteren om een hogere huur te vragen, dienen de huurovereenkomsten van alle huurders aangepast te worden. Dit proces is erg intensief en heeft een onzeker resultaat. Het voordeel met Warmte as a Service is dat de woningcorporatie de vrijheid heeft om zelf te bepalen wat de warmtekosten zijn, met als maximum het Niet Meer Dan Nu-principe.

Opschaling mogelijk dankzij standaardisatie

Met gespecialiseerde aanbieders kunnen woningcorporaties vandaag al starten om snel CO2 te besparen. Als specialist in het verduurzamen van wooncomplexen met blokverwarmingen zien wij de doorlooptijd vanaf initiatief tot start van een Warmte as a Service contract nu al verkort worden. Dankzij gestandaardiseerde en geautomatiseerde processen wordt zo in minder dan 3 maanden tot wel 50% CO2 bespaard. Terwijl de huurders er niet van merken, geruisloos dus! Warmte as a Service biedt voor woningcorporaties daarom een prima alternatief om snel en eenvoudig bestaande gebouwen te verduurzamen en op te schalen in hun energietransitie.

Dit artikel is gebaseerd op een gezamenlijke blog van Marjet Rutten en Jan-Maarten Elias uit 2020